IJsland op vier benen

In 1984 besluit ik voor het eerst in mijn eentje op vakantie te gaan. Naar IJsland, want als fervent paardrijdster staat een trektocht op IJslandse paarden bovenaan mijn bucketlist. Ik boek een georganiseerde paardentrektocht met overnachtingen in hutten én een bustour voor 12 dagen: Een Highland special.

Nu moet ik er wel bij zeggen dat er in die tijd geen Euro’s zijn, de mobiele telefoon nog niet is uitgevonden, in mijn spiegelreflexcamera een fotorolletje zat, laat staan dat er internet is om informatie op te zoeken. In dit perspectief moet je mijn reis zien.

Als het stof is opgetrokken zie ik de bus wegrijden

Na een vlucht van zo’n 3 uur arriveer ik op IJsland, waar ik de eerste nacht doorbreng in het plaatsje Hringbraut. Zo’n 50 kilometer van Reykjavik om de volgende ochtend vroeg met de bus naar Hella te gaan. Op het busstation staan 2 bussen die allebei dezelfde kant op gaan. De bus die ik neem stopt onderweg een aantal keer. Maar blijft in Hella 20 minuten staan. Ik word onrustig want dat stoppen gooit mijn reisschema behoorlijk in de war.

8.15 uur melden op het BSI station van Hringbraut vanaf daar reis je met de lijnbus naar Hella. (8.30 – 10.00 uur) Van Hella word je naar Audsvastholt gebracht.

Na het oponthoud in Hella rijdt de bus een stuk terug, slaat een zijweg in om de bewoonde wereld achter zich te laten. Ik word hier nerveus van en loop met mijn reisbeschrijving naar de buschauffeur. Hij knikt, en ik voordat ik weer zit trapt hij op de rem. We zijn in Audsvastholt; een gehucht met niet meer dan 3 huizen. “Geetings to the farmer and his wife” is het laatste wat ik hoor als ik de bus uitstap. Als het stof is opgetrokken zie ik de bus wegrijden.

Niemand is van mijn komst op de hoogte

Daar sta ik dan. Op naar de eerste boerderij, waar gelukkig iemand thuis is. Hoewel de bewoner niet de indruk wekt dat hij iemand verwacht. Laat staan mij. In mijn beste Engels leg ik uit dat ik voor de paardentrektocht kom. Vervolgens grijpt hij de telefoon en begint in rap IJslands te telefoneren. Als hij de hoorn neerlegt zegt hij dat ik bij hem niet op het goede adres ben. Hij wijst naar een van de andere huizen en zegt: Can you see the brown house with the green rough? Dáár moet je zijn.

Ik bedank hem en loop naar het volgende huis, waar ik word ontvangen door 2 jonge hartelijke mensen, Jon een IJslander die enkel IJslands spreekt en zijn Franse vrouw Nicole die gelukkig wel Engels spreekt. Ook zij zijn niet van mijn komst op de hoogte maar zijn wel bekend met de Highland Special. Hun huis is namelijk de plek waar de deelnemers zich verzamelen. Maar voor deze deze week zijn er geen aanmeldingen.Gelukkig komen ze gelijk in actie. Er wordt druk gebeld, maar hoe goed zij hun best doen, op dat moment is er geen trektocht waar ik mij bij aan kan sluiten.

We gaan paardrijden

Het enige wat ze voor mij kunnen kan regelen is dat ik waarschijnlijk de volgende dag mee kan met een paardentour, maar dan bij een andere organisatie.  Zolang kan ik hier blijven, krijg ik te eten, een bed en het meest belangrijke: We gaan paardrijden.

Van de 16 IJslandse paarden die ze hebben – ik blijf het een groot woord vinden voor beestjes met een stokmaat van 1.35 cm – worden er 2 opgezadeld. De andere 3 krijgen alleen een hoofdstel om en worden aangelijnd meegenomen. Ik voel me snel vertrouwd met mijn paardje, hoewel de manier van rijden heel anders is dan ik gewend ben. Al gauw rijden we in een flinke tölt (een van de 2 extra gangen die alleen IJslandse paarden hebben) over de een pad van lavakiezels.

Geen bomen, wel enorme brokken lava

Onderweg ontmoeten we een groep 4 ruiters en 7 paarden die zich bij ons aansluit. We duiken de landerijen in en rijden tussen groepen loslopende schapen door, waardoor we geregeld moeten afstijgen om een hekje te openen en na het laatste paard weer moeten sluiten. Wat dát betreft is de maat van het IJslandse paard wel handig. We steken een riviertje over, waaruit de paarden mogen drinken. Daarna doorkruisen we de lavavelden, richting de vulkaan de Hekla. Er worden een paar pauzes ingelast, om van paard te wisselen en voor toiletbezoek. Er zijn hier weliswaar geen bomen maar wel enorme brokken lava waarachter je je behoefte kunt doen. Tijdens de laatste stop komt Jon, de boer koffie brengen. Terwijl wij koffie drinken worden de paarden afgezadeld en mogen ze grazen.

De koffie is nog niet gezakt

Na de pauze rijden we met 5 paarden terug naar de boerderij. Hoewel we het op de heenweg rustig aan hebben gedaan schakelen we gelijk over in een forse draf. Omdat mijn koffie nog niet is gezakt voel ik die omhoog komen. Diep ademhalen helpt het opkomende braakgevoel te onderdrukken. Gelukkig komt er een hek in zicht waarvoor we overgaan naar een rustiger tempo. Ik ben die hekken nog nooit zo dankbaar geweest.

Als we terugkomen kunnen we gelijk aan tafel. En dan gaat de telefoon: Vanavond komt er weer een groepje rijden. Of ik mee wil. Natuurlijk wil ik dat. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

En dan gaat de telefoon

Als we ’s avonds, na weer zo’n fantastische rit terugkomen vertelt Nicole dat zij contact heeft gehad met die andere organisatie. De paardentour van morgen gaat niet door; overmorgen misschien wel. Maar ook dat is niet zeker. Ze ziet dat ik er van baal en vraagt of ik tot woensdag bij hen wil blijven. Ik besluit dát te doen. Dan maar geen trektocht langs hutten. Ik blijf gewoon hier. Ik kruip mijn bed in en val als een blok in slaap.

Als ik na een aantal dagen afscheid neem van de familie is mij verzekerd dat het tweede deel van mijn reis geregeld is. Op het afgesproken tijdstip komt er inderdaad een bus aangereden met daarin 20 deelnemers voor de Highland Special. Het staat zelfs op de voorruit geschreven: Ik weet zeker dat ik goed zit.

 

       

2 Reacties

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*